Nestels werden aangebracht aan het uiteinde van een veter. Ze vormden een hulpmiddel bij het rijgen en beschermden het veteruiteinde. Veters met nestels werden gebruikt bij het sluiten van jakken, hessen, broeken, tasbeugels en de bevestiging van mouwen aan hesjes. Nestels bestaan uit metalen kokertjes die zich naar onder toe vernauwen. Ze zijn vervaardigd uit opgerolde plaatjes latoenkoper. Bij de afwerking van de randen zijn twee technieken te onderscheiden. Enerzijds worden de randen bij de naad van de koker naar binnen gebogen en ook worden randen wel over elkaar heen gerold. De vroegst bekende nestels dateren uit het midden van de 13e eeuw. Onderdeel van het militaire tenue waren rijgveters en strikken, waarvan de uiteinden waren voorzien van grote tinnen zogenaamde bestelpennen, zoals hierboven staat weergegeven. Onderin de opening zit een klembeugeltje waarmee de veter werd vastgezet. Tot slot nog een leuk weetje; 

Nestelpennen worden ook wel nagels genoemd. Het oude gezegde; ‘je hebt me verna(g)geld komt hiervandaan, wat ook wel betekent; je hebt me voor de gek gehouden.

Als in vroegere tijden een leger zich terugtrok liet het vaak de kanonnen staan. Wat de soldaten dan deden was een nagel van hun koord trekken en deze in het zundgat van het kanon slaan, waardoor het geschut onbruikbaar was gemaakt.

Sluit Menu