METAALDETECTIE OLDAMBT

Munten

Tijdens de Tachtig-jarige oorlog (1568-1648) gingen de Bourgondische gewestelijke munthuizen langzamerhand over in handen van de zeven provinciën. In 1586 opende ook de Landschap West-Friesland een eigen munthuis. Naast deze acht munthuizen worden ook nog nog munten geslagen door (Rijks)steden. In de 17e en 18e eeuw vond in het muntbedrijf een verregaande mechanisatie plaats. De vaak onregelmatige vormen verdwijnen doordat muntplaatjes niet meer met de metaalschaar uit platen werden geknipt, maar gestanst en miet meer met hamerslag vervaardigd maar met de schroefpers. Vanaf 1749 werden alle zilveren en gouden munten voorzien van een bewerkte rand, die het probleem van het snoeien moest tegengaan.

In 1816 werd het decimale stelsel ingevoerd: 1 gulden = 100 cent. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in de loop van 1942 de in circulatie zijnde munten buiten omloop gesteld en vervangen door zinken munten. In 1949 startte de aanmunting van kleingeld met het jaartal 1948. In 2002 ging Nederland over op de Euro, waarmee na 700 jaar de gulden verdween.

 

Bron: Metaalvondsten uit onze bodem, uitgegeven door DDA

Sluit Menu