De munt was tegen het einde van de zeventiende eeuw niet alleen een
geldstuk meer, maar ook een talisman die men bij zich droeg als
afweermiddel tegen velerlei onheilen zoals de duivel, hekserij, betovering
en andere vormen van zwarte magie. Wellicht werd er niet alleen een
beschermingsmiddel tegen kwaad in gezien, maar moest hij ook op een
positieve manier heil brengen: voorspoed en goede gezondheid. Er werd daarom door veel
mensen een munt boven de deur aan het kozijn gehangen.
Sluit Menu