Het Bikkelspel

Het bikkelen is al een zeer oud spel, dat vrijwel over de gehele wereld in de een of andere vorm werd gespeeld. Zo kennen we uit de Egyptische, Griekse en Romeinse tijd bikkels of voorstellingen van bikkelende meisjes. Tot in de 18e eeuw was bikkelen in ons land algemeen bekend, doch in de tweede helft van die eeuw schijnt het spel al niet meer overal te worden gespeeld, immers Francq van Berkhey schrijft in zijn “Natuurlijke Historie van Holland” (6, p. 1418): “of liever in onze jeugd gespeeld wierd; want het is nu bykans buiten gebruik”.
Toch moet in de 19e eeuw plaatselijk nog wel vrij veel gebikkeld zijn, gezien de vele afbeeldingen op 19e eeuwse kinderprenten, het grote aantal bikkels dat bewaard is gebleven en het feit dat de generatie van rond 1900 het spel nog kende. Thans is het spel bij de Nederlandse jeugd vrijwel onbekend.
Voor het bikkelen, zoals dit vooral in Nederland werd gespeeld, waren vier bikkels en een bikkelbal nodig. Een echte bikkel is het sprongbeen (latijn: talus; grieks: astragal) uit een achterpoot van een schaap.

Om de beide vlakke zijden duidelijk van elkaar te kunnen onderscheiden, werden in de S-vormige zijde een letter S, enkele putjes of een sterretje geslagen; deze zijde, de esser, ontleende zijn naam aan de S-vorm.
De bikkelbal was gewoonlijk een grote gebakken knikker (gres) met een doorsnede van ca. 3 cm; later werd ook wel een massieve gummibal gebruikt.
Het bikkelen is een behendigheidsspel, door twee meisjes gespeeld en wel bij voorkeur op een hardstenen stoep bij uitzondering zien we op tegels ook wel eens een jongen en een meisje bikkelen.

Tijdens het spel werd er meestal een versje opgedreund. Een van de vele varianten laten we hier volgen
“Muuske me floo,
Ze bite me zo,
Bijt ze maar weer
Smijt er ‘en gouden bikkeltje neer.”

Algemene regels:
– elk meisje gooit vier bikkels op; degene die de meeste verschillende zijden heeft, mag beginnen;
– de speelster mag maar met één hand spelen;
– elke handeling geschiedt tussen opgooien-stuiten-opvangen van de bikkelbal;
– als men één of meer bikkels opraapt, mogen de andere niet worden geraakt;
– de bikkels mogen niet op elkaar komen, anders moet de beurt worden afgestaan;
– de bikkelbal mag niet op de bikkels neerkomen;
– de geworpen bikkels mogen niet alle dezelfde zijde boven hebben;
– een put mag nooit het laatst worden omgekeerd;
– nooit mag de laatst verplaatste of omgekeerde bikkel het eerst worden aangeraakt.

Rate this page
Sluit Menu